Ga naar website navigation Ga naar artikel navigatie Ga naar inhoud
flow

Sectie 2 Resultaat over het jaar

1. Opbrengsten

In de volgende tabel worden de opbrengsten uitgesplitst naar een combinatie van vervoersoort en geografisch gebied.

2. Kosten personeel

De gemiddelde personeelsbezetting was als volgt:

3. Afschrijvingskosten en bijzondere waardeverminderingen

Voor de toelichting op bijzondere waardeverminderingen van vaste activa wordt verwezen naar noot 14.

4. Verbruik grond- en hulpstoffen en voorraden

5. Geactiveerde productie eigen bedrijf

De geactiveerde productie eigen bedrijf 2019 € 147 miljoen (2018: € 154 miljoen) heeft vooral betrekking op de revisie van treinen.

6. Kosten van uitbesteed werk en andere externe kosten

De kosten van uitbesteed werk zijn kosten die betrekking hebben op de uitvoering van opdrachten aan derden die niet vallen onder de overige rubrieken binnen deze categorie.

7. Infraheffing en concessievergoeding

De infrastructuurheffing en de franchisevergoedingen voor de Britse spoorwegen bevatten een bedrag van € 18 miljoen (2018: € 41 miljoen) dat betrekking heeft op het mechanisme van Central London Employment (CLE), dat is opgenomen in de Greater

8. Overige bedrijfslasten

Tot de overige bedrijfslasten behoren onder meer verzekeringen, kosten van huisvesting en inventaris, honoraria controlerend accountant, publiciteitskosten en onderhoudskosten bedrijfsmiddelen en dotaties aan voorzieningen.

9. Winstbelasting

De vennootschapsbelasting is berekend op basis van de geldende belastingtarieven in Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Duitsland, rekening houdend met de fiscale bepalingen die permanente verschillen geven tussen de bedrijfseconomische

10. Latente winstbelasting

Het verloop van de latente belastingvorderingen en -verplichtingen is als volgt: